Theoretisch kader

In Sterker dan de kick staat de zelf-determinatie theorie (Ryan & Deci, 2000) centraal. De zelf-determinatie theorie maakt onderscheid tussen ‘gecontroleerde motivatie’ en ‘autonome motivatie’. Gecontroleerde motivatie komt tot stand door opgelegde consequenties (straffen en belonen) of door gevoelens van externe of interne druk (bijvoorbeeld schuld, angst en trots).

Er is sprake van autonome motivatie als de persoon een activiteit uitvoert omdat de activiteit op zichzelf leuk of interessant is of omdat de activiteit persoonlijk waardevol is voor de persoon zelf. De kans dat gedrag blijvend verandert en het welzijn van de persoon verbetert, is bij autonome motivatie het grootst (Deci & Ryan, 2000).

Andersom geldt dat de kans op blijvende gedragsverandering minimaal is als de motivatie alleen maar bestaat uit beloningen of straffen. Bij mensen met een lichte verstandelijke beperking is motiverende gespreksvoering een goed middel om autonome motivatie op te roepen en te versterken (Frielink, Embregts, & Schuengel, 2014) en biedt het professionals daarvoor handvatten (Frielink et al., 2014; Miller & Rollnick, 2012).

Het is een cliëntgerichte en directieve vorm van begeleiding waarbij de professional het gesprek stuurt op aangeven van informatie van de cliënt. Vijf belangrijke principes hierbij zijn:
1. Het tonen van begrip
2. Het wijzen op discrepantie (tussen de huidige situatie en een mogelijke, gewenste, toekomstige situatie)
3. Het vermijden van discussies
4. Het meegaan met weerstand
5. Het bevorderen van zelfeffectiviteit

Niet de doelstellingen van de professional zijn het uitgangspunt, maar samen komen tot inzicht in de wensen en het gedrag van de deelnemer. Samenwerking en eigen verantwoordelijk van de deelnemer staan centraal.